
Voor veel opleidingsonderdelen is het bezoeken van het Guislain museum een opdracht. Hierbij wordt, uiteraard binnen ons opleidingsdeel, wel verwezen naar de permanente tentoonstelling over de geschiedenis. Dit was voor mij dus eens een goede reden om specifiek voor hun kunsttentoonstelling langs te gaan, want zelfs het binnen wandelen van hun tuin vind ik persoonlijk geweldig.
De eerste indruk
De eerste werken die vooral plaatsvinden in een kader, loop ik sneller voorbij. Er staan op dit verdiep verschillende grote of zeer verspreide werken. Deze vallen op en trekken de aandacht.
Wanneer ik het verdiep volledig ten einde loop, heb ik al enkele ideeën van welk werk ik er zal uitnemen. En toch verandert mijn gedacht bij een van de laatste ruimtes die ik bezoek.
Er is veel te zien, misschien teveel. Maar ik moet kijken hoe ik dichter kan komen. Langs de ene zijde moet ik eerst door een donkere kamer, wat me een zeer grillig gevoel meegeeft. Langs de andere opening naar de ruimte toe, kan ik niet alles waarnemen.

Maar het geheel brengt vooral een rilling met zich mee. Het brengt mij een echt koud gevoel. En die koude over me heen, had ik nooit verwacht bij een tentoonstelling. Dus ik verkies dit helemaal niet omdat het eruit springt als een mooi werk, want ik wil het verder gaan uitklaren. Het spreekt aan doordat het mij overvalt. En ondanks dat het mij eerder op afstand houdt, brengt het voldoende nieuwsgierigheid met zich mee om het verder te blijven bekijken.
Het kunstwerk, de kunstenaar en zijn omgeving
De kunstenaar Hans Langer stond bekend als Birdman. In zijn performances, waarin hij in een vogel verandert, stelt hij de lichtheid en vrijheid van vogels ten voorbeeld aan de mensenwereld.
Hij gaat aan het werk met gevonden of aangereikte oude spullen. Voor het Museum De Stadshof maakte hij een installatie van tweeduizend door hem onder handen genomen voorwerpen, met als titel Requiem voor mijn onschuld. Het is een woud vol fantasiewezens, objecten die nu eens door verrassende combinaties, dan weer door het simpelweg aanbrengen van een paar oogjes, tot leven komen.

De aspecten
Er worden enorm veel materialen gebruikt. Dit omdat er maar liefst tweeduizend objecten mee gemoeid zijn. Deze worden allemaal in een installatie bij elkaar geplaatst. Niet onmiddellijk in een bepaalde volgorde of perspectief, maar er wordt wel voor diepte gezorgd. Niet enkel worden de objecten gestapeld en opgehangen aan de muur, ze hangen ook doorheen de ruimte. Waardoor het woud echt gecreëerd wordt.
De installatie is langs twee zijden te bereiken en dus zichtbaar. De eerste deuropening is in een zeer lichtrijke ruimte en geeft dus ook duidelijk zicht op het werk. Een eenzelfde, maar toch anders beeld krijg je bij de twee deuropening. Deze opening vind plaats na een donkere andere ruimte, waardoor je eerst alles vanop afstand bekijkt.
Er zijn zoveel objecten, waardoor niet specifiek een apart object in het oog springt. Het is de combinatie van allen samen die het wow-gevoel naar voren brengen. Ondanks dat ook alles gewoon stil hangt of staat, brengt het een zeer dynamisch geheel naar voren.
Nadien
Moest dit werk niet plaatsvinden in een museum, zou ik niet onmiddellijk als kunst gaan omschrijven. De setting was hier van enorm belang voor mij. Je loopt rond in een stille zaal met verschillende ruimtes, objecten, installaties en andere werken. En dan overweldigd je een bepaalde ruimte met een koude rilling.
Ik was zeer blij achteraf een omschrijving te vinden over dit werk. Het was niet zeer uitgebreid, maar gaf wel de achterliggende gedachte van de installatie weer. Vanwaar deze objecten, waarom zoveel en met welke betekenis. Het was verhelderend. En ik kon dit begrijpen en zelfs nog meer gaan appreciëren. Het was een verzamelwerk van zijn werken. Een machtige vertoning.

